1 soepkip, liefst met lever, hart en maag
225 gr maïskorrels uit blik
1 ui, schoongemaakt en grof gehakt
1 wortel, geschrapt en gehakt
1 stengel bleekselderij, in stukjes gesneden
6 witte peperkorrels
een paar takjes peterselie
1 laurierblad
1 liter water
zout, peper uit de molen
Voor de garnering:
gehakte peterselie of bieslook
- Snijd de kip in vieren, haal de ingewanden eruit en spoel alles onder de koude kraan goed schoon. Verwijder vooral de bloedresten.
- Leg de stukken kip, de ingewanden, ui, wortel, bleekselderij, peperkorrels en takjes peterselie in een soeppan en schenk er 1 liter water op.
- Bestrooi met wat zout en breng aan de kook.
- Laat op laag vuur 30-40 minuten trekken.
- Giet de soep dan door een zeef in een schone pan.
- Maak de kip schoon, gebruik alleen het witte vlees en snijd dat In smalle reepjes.
- Pureer de helft van de maïskorrels in een blender en doe dit samen met de overgebleven korrels in de soep.
- Laat op laag vuur 5 minuten binden.
- Voeg de kip toe, laat nog even door en door heet worden en breng eventueel op smaak met wat extra zout en peper.
- Schep de soep in verwarmde kommen en dien op, gegarneerd met gehakte peterselie of bieslook.
Variatie: Maak de soep op dezelfde wijze maar voeg in plaats van stukjes
kip grote garnalen toe. Bestrooi dan met gehakte dille.