de-woorden
de appel
de banaan
een appel
een banaan
het-woorden
het ei
het brood
een ei
een brood
Ik koop een wit brood en een bruin brood.
Wil je een appel of een banaan?
Ik koop een pizza. De pizza is zout .
Ik eet een ei. Het ei is niet lekker.
De meeste woorden zijn de- woorden.
Je kunt het artikel (lidwoord) in het woordenboek opzoeken.