subject
Ik
Hij
We
Dewi en Eddy
persoonsvorm
ben
geeft
wonen
hebben
rest
huisarts.
autorijles.
in Weesp.
twee kinderen.
plaats 1 : subject
plaats 2 : persoonsvorm (pv)
subject
Ik
Hij
We
Dewi en Eddy
persoonsvorm
ben
geeft
wonen
hebben
rest
huisarts.
autorijles.
in Weesp.
twee kinderen.
plaats 1 : subject
plaats 2 : persoonsvorm (pv)
Singularis
Singularis
ik
je/jij, u
ze/zij
bellen
bel
bel t ; bel je
bel t
werken
werk
werk t ; werk je
werk t
kijken
kijk
kijk t ; kijk je
kijk t
Pluralis
Pluralis
we
jullie
ze/zij
bellen
bell en
bell en
bell en
werken
werk en
werk en
werk en
kijken
kijk en
kijk en
kijk en
Let op :
Je belt de krant > Bel je de krant?
Je werkt in Zwolle > Werk je in Zwolle?
Je kijkt op internet > Kijk je op internet?
Singularis
ik
je/jij (informeel), U (formeel)
ze/zij, hij
Singularis
Ik heet Hanna.
Kom je uit Deurne? , Komt U uit …?
Hij heet Paul.
Pluralis
we/wij
je/jij (informeel), U (formeel)
ze, zij
Pluralis
We wonen in Rotterdam.
Jullie komen uit … , U komt uit Spanje …
Ze hebben twee kinderen.
Let op :
Kom je uit Amsterdam (je: neutrale vorm)
Ik kom uit Maastricht. En jij ? Waar kom jij vandaan ? (jij: contrast)
Ze heet Anne. (ze: neutrale vorm)
Ik heet Paul. Zij heet Anne (zij: contrast)
1 blikje tonijn naturel
1/2 potje gevulde olijven
1 kleine ui
1 eetlepel kappertjes
1 royale krop ijsbergsla
1/2 blikje ansjovisfilets
2 eetlepels wijnazijn
1 dl olie
peper, zout
Laat de tonijn uitlekken, verdeel hem in stukjes en leg die in een grote schaal.
Halveer de olijven en voeg ze toe.
Pel de ui, snijd hem in heel dunne ringen en voeg die toe.
Doe de kappertjes erbij.
Snijd de ijsbergsla in reepjes, was ze, laat goed uitlekken en doe de sla in een schaal.
Klop voor het sausje de azijn, peper, zout en eventueel wat suiker door elkaar.
Voeg vlak voor het serveren het sausje toe en schep alles luchtig door elkaar.
Garneer met ansjovisfilets.
2 blikjes uitgelekte tonijn
3/4 kop mayonaise (1 kop = 2 1/2 dl)
1 theelepel droge mosterd
1 kop fijngehakt selderijblad
1 theelepel uiepoeder
1/2 theelepel cayennepeper
1 theelepel knoflookpoeder
4 slablaadjes
Meng alle ingrediënten, behalve de sla, in een kom door elkaar en laat de salade afgedekt 30 minuten in de koelkast staan.
Serveer op slabladeren.
1 blikje tonijn in olie á 185 gr
1 sjalot
1 eetlepel fijngehakte peterselie
3 gevulde olijven (met piment)
8 kleine blaadjes kropsla (uit het hart van de krop)
1 eetlepel olijfolie
peper, zout
Laat de tonijn uitlekken en verdeel de vis in stukjes.
Pel en snipper de sjalot.
Snijd de olijven in plakjes.
Was de sla en dep de blaadjes droog.
Schep de tonijn, de sjalot en de peterselie door elkaar en verdeel het mengsel over de slablaadjes.
Bedruppel de slabakjes met wat olijfolie en bestrooi ze met peper en zout.
Garneer met een paar plakjes olijf.
300 gr pipe rigate
2 eetlepels olijfolie
400 gr broccoli
2 blikjes tonijn (á(200 gr, John West)
16 zwarte olijven zonder pit (blik á 425 ml, Carbonell)
1 citroen
1 teen knoflook
4 takjes peterselie
2 eetlepels mayonaise
2 eetlepels crème fraîche
zout, peper
Kook de pasta met 1 eetlepel olijfolie volgens de gebruiksaanwijzing gaar.
Spoel de pasta eerst met heet water en daarna met koud water af.
Was de broccoli en verdeel hem in roosjes.
Kook de broccoli in kokend water in ± 5 minuten beetgaar en spoel ze met koud water.
Laat de tonijn uitlekken en maak de vis met een vork los.
Hak de olijven fijn.
Was de citroen, rasp de schil en pers de citroen uit.
Pel de knoflook en pers hem uit.
Was de peterselie en hak hem fijn.
Meng alle ingrediënten en breng de salade op smaak met zout en peper.
Lekker met Foccacia.

8 verse Lomboks
3 verse Thaise Pepertjes
3 sjalotjes
1 theelepel korianderzaad
1 stengel citroengras
1 citrusvrucht
1/2 theelepel komijnzaad
1 theelepel zout
1/2 theelepel versgemalen peper
1/2 theelepel nootmuskaat
1 theelepel garnalenpasta (trassi of kapi)
Rooster het korianderzaad 2 minuten in een droge pan.
Rasp 1 theelepel schil van de citrusvrucht.
Hak alles fijn en maak het daarna in een vijzel nog fijner.
(6 personen)
2 eetlepels zonnebloemolie
3 teentjes knoflook in reepjes
6 lange rode pepers in plakjes
1 kg ossenhaas
16 verse limoenblaadjes (djeroek poeroet) in reepjes
2 1/2 dl runderbouillon (tablet)
4 eetlepels lichte sojasaus
2 bosjes verse munt
3 eetlepels Thaise zoete chilisaus
3 eetlepels suiker
2 rode paprika’s in repen
150 gr haricots verts
Verhit in een wok de olie en bak de knoflook ± 3 minuten.
Voeg de pepers toe en bak ze omscheppend ± 1 minuut mee.
Voeg de ossenhaas toe en bak die omscheppend rondom bruin.
Voeg de limoenblaadjes, runderbouillon, sojasaus, de helft van de muntblaadjes, de chilisaus en de suiker toe.
Schep de paprika, haricots verts en de rest van de munt erdoor.
Roerbak ± 3 minuten en breng (zonodig) op smaak met extra chilisaus of suiker.
Garneer het gerecht met de rest van de muntblaadjes.
1 sjalotje
2 groene Spaanse pepers
2 teentjes knoflook
1/2 cm verse laos
3 cm serehstengel
1 theelepel garnalenpasta
2 theelepels gemalen koriander
1 stukje limoenschil
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Nam Pla
1 dl kokosmelk
1 grote groene paprika
1 ui
300 gr biefstuk
25 gr pinda’s
2 eetlepels olie
2 eetlepels dikke kokosmelk
1 eetlepel verse basilicum in reepjes
Pel het sjalotje.
Pureer de pepers, het sjalotje, de laos, de sereh, de garnalenpasta en de koriander tot een gladde pasta.
Snijd de limoenschil in reepjes en roer die met de suiker en de Nam Pla door de kokosmelk.
Maak de paprika’s schoon en snijd ze in repen.
Pel de ui en snijd hem in ringen.
Snijd de biefstuk in plakjes.
Hak de pinda’s.
Verhit de olie in een pan en fruit de currypasta op zacht vuur even aan.
Schep de biefstuk erdoor en bak die op hoog vuur al omscheppend bruin.
Voeg de kokosmelk toe en laat alles ± 2 min sudderen.
Schep de paprika, de ui en de pinda’s erdoor en roerbak alles nog ± 2 minuten.
Schep de curry in een schaal en strooi er het kokosmengsel en de basilicum over.
450 gr mager mals rundvlees
1/2 theelepel zout
1/4 theelepel versgemalen witte peper
50 ml plantaardige olie
50 gr groene sambal
750 ml dikke kokosmelk
2 theelepels suiker
1 theelepel vissaus
25 ml lichte sojasaus
1 grote verse groene peper
versgehakte zoete basilicumbladeren
versgehakte korianderbladeren
versgehakte limebladeren
snijd het vlees in reepjes en wrijf die in met zout en versgemalen witte peper.
Verwarm de olie in een wadjan, doe de sambal erbij en bak die op matig vuur 4-5 minuten.
Doe er dan het vlees bij en bak dat al roerend 2-3 minuten mee tot het van kleur gaat veranderen.
Doe er dan de kokosmelk bij en breng die, onder voortdurend roeren, aan de kook.
Temper het vuur, doe er de suiker, de vissaus en de sojasaus bij en laat het 30-40 minuten sudderen.
Haal de zaadjes uit de peper, hak de peper fijn en doe de stukjes, samen met de versgehakte bladeren bij de sambal.
Roer alles goed door elkaar en laat het voor het serveren nog 10 minuten koken.
(± 8 eetlepels)
1 eetlepel korianderzaad
1 theelepel komijnzaad
1 theelepel zwarte peperkorrels
8 verse groene, zonder zaadjes fijngehakte pepers
3 fijngehakte sjalotten
4 geplette teentjes knoflook
3 fijngehakte korianderwortels
2 1/2 cm fijngehakte galangawortel
2 fijngehakte stengels citroengras
2 fijngehakte papedablaadjes
2 theelepels garnalenpasta
2 eetlepels fijngehakte korianderblaadjes
Verhit een wok en rooster het koriander- en het komijnzaad hierin tot de geur vrijkomt.
Kneus het koriander- en komijnzaad met de peperkorrels in een vijzel met de stamper of in een blender.
Voeg de overige ingrediënten toe en wrijf of draai alles tot een fijnverdeelde pasta.
Bewaar de pasta maximaal 4 weken in een goed gesloten pot in de koelkast.
De scherpte is afhankelijk van de maat en soort van de pepers.