

Gunung Nona, Kabupaten Enrekang, Zuid Celebes, Indonesië






Parepare, Zuid Celebes, Indonesië

Pasar Senggol, Zuid Celebes, Indonesië







Toraja, Zuid Celebes, Indonesië











Polewali Mandar, West Celebes, Indonesië


Gunung Nona, Kabupaten Enrekang, Zuid Celebes, Indonesië






Parepare, Zuid Celebes, Indonesië

Pasar Senggol, Zuid Celebes, Indonesië







Toraja, Zuid Celebes, Indonesië











Polewali Mandar, West Celebes, Indonesië
de-woorden
de appel
de banaan
een appel
een banaan
het-woorden
het ei
het brood
een ei
een brood
Ik koop een wit brood en een bruin brood.
Wil je een appel of een banaan?
Ik koop een pizza. De pizza is zout .
Ik eet een ei. Het ei is niet lekker.
De meeste woorden zijn de- woorden.
Je kunt het artikel (lidwoord) in het woordenboek opzoeken.
De les duurt van half twee tot drie uur.
Hoe laat is het ?
Ja, ik ben bijna klaar.
vraagwoord
wie
Wat
Waar
Hoe
Wanneer
Waarom
persoonsvorm
ben
is
woont
heet
begint
ga
subject
jij?
uw postcode?
u?
je?
de les?
je?
Begint een vraag met een vraagwoord?
plaats 1 = vraagwoord
plaats 2 = persoonsvorm (pv)
Singularis
singularis
ik
je/jij, u
ze/zij
hebben
heb
heb t ; heb je
heeft
zijn
ben
bent ; ben je
is
Pluralis
pluralis
we/wij
jullie
ze/zij
hebben
hebben
hebben
hebben
zijn
zijn
zijn
zijn
Let op :
Je hebt een zus. > Heb jej een zus ?
Je bent de nieuwe cursist. > Ben je de nieuwe cursist ?
subject
Ik
Hij
We
Dewi en Eddy
persoonsvorm
ben
geeft
wonen
hebben
rest
huisarts.
autorijles.
in Weesp.
twee kinderen.
plaats 1 : subject
plaats 2 : persoonsvorm (pv)
Singularis
Singularis
ik
je/jij, u
ze/zij
bellen
bel
bel t ; bel je
bel t
werken
werk
werk t ; werk je
werk t
kijken
kijk
kijk t ; kijk je
kijk t
Pluralis
Pluralis
we
jullie
ze/zij
bellen
bell en
bell en
bell en
werken
werk en
werk en
werk en
kijken
kijk en
kijk en
kijk en
Let op :
Je belt de krant > Bel je de krant?
Je werkt in Zwolle > Werk je in Zwolle?
Je kijkt op internet > Kijk je op internet?
Singularis
ik
je/jij (informeel), U (formeel)
ze/zij, hij
Singularis
Ik heet Hanna.
Kom je uit Deurne? , Komt U uit …?
Hij heet Paul.
Pluralis
we/wij
je/jij (informeel), U (formeel)
ze, zij
Pluralis
We wonen in Rotterdam.
Jullie komen uit … , U komt uit Spanje …
Ze hebben twee kinderen.
Let op :
Kom je uit Amsterdam (je: neutrale vorm)
Ik kom uit Maastricht. En jij ? Waar kom jij vandaan ? (jij: contrast)
Ze heet Anne. (ze: neutrale vorm)
Ik heet Paul. Zij heet Anne (zij: contrast)
1 blikje tonijn naturel
1/2 potje gevulde olijven
1 kleine ui
1 eetlepel kappertjes
1 royale krop ijsbergsla
1/2 blikje ansjovisfilets
2 eetlepels wijnazijn
1 dl olie
peper, zout
Laat de tonijn uitlekken, verdeel hem in stukjes en leg die in een grote schaal.
Halveer de olijven en voeg ze toe.
Pel de ui, snijd hem in heel dunne ringen en voeg die toe.
Doe de kappertjes erbij.
Snijd de ijsbergsla in reepjes, was ze, laat goed uitlekken en doe de sla in een schaal.
Klop voor het sausje de azijn, peper, zout en eventueel wat suiker door elkaar.
Voeg vlak voor het serveren het sausje toe en schep alles luchtig door elkaar.
Garneer met ansjovisfilets.
2 blikjes uitgelekte tonijn
3/4 kop mayonaise (1 kop = 2 1/2 dl)
1 theelepel droge mosterd
1 kop fijngehakt selderijblad
1 theelepel uiepoeder
1/2 theelepel cayennepeper
1 theelepel knoflookpoeder
4 slablaadjes
Meng alle ingrediënten, behalve de sla, in een kom door elkaar en laat de salade afgedekt 30 minuten in de koelkast staan.
Serveer op slabladeren.
1 blikje tonijn in olie á 185 gr
1 sjalot
1 eetlepel fijngehakte peterselie
3 gevulde olijven (met piment)
8 kleine blaadjes kropsla (uit het hart van de krop)
1 eetlepel olijfolie
peper, zout
Laat de tonijn uitlekken en verdeel de vis in stukjes.
Pel en snipper de sjalot.
Snijd de olijven in plakjes.
Was de sla en dep de blaadjes droog.
Schep de tonijn, de sjalot en de peterselie door elkaar en verdeel het mengsel over de slablaadjes.
Bedruppel de slabakjes met wat olijfolie en bestrooi ze met peper en zout.
Garneer met een paar plakjes olijf.
300 gr pipe rigate
2 eetlepels olijfolie
400 gr broccoli
2 blikjes tonijn (á(200 gr, John West)
16 zwarte olijven zonder pit (blik á 425 ml, Carbonell)
1 citroen
1 teen knoflook
4 takjes peterselie
2 eetlepels mayonaise
2 eetlepels crème fraîche
zout, peper
Kook de pasta met 1 eetlepel olijfolie volgens de gebruiksaanwijzing gaar.
Spoel de pasta eerst met heet water en daarna met koud water af.
Was de broccoli en verdeel hem in roosjes.
Kook de broccoli in kokend water in ± 5 minuten beetgaar en spoel ze met koud water.
Laat de tonijn uitlekken en maak de vis met een vork los.
Hak de olijven fijn.
Was de citroen, rasp de schil en pers de citroen uit.
Pel de knoflook en pers hem uit.
Was de peterselie en hak hem fijn.
Meng alle ingrediënten en breng de salade op smaak met zout en peper.
Lekker met Foccacia.
